De wind snijdt langs mijn gezicht, ik trek de koordjes van mijn hoody wat aan en steek mijn handen diep in mijn zakken. De aflossing is net gekomen en dus kan ik even naar het strand lopen. Er staat een harde zuidwestenwind. Het is 10 dagen geleden dat we tante Janneke uit het revalidatiecentrum gehaald hebben. Nog altijd is er gesteggel over de thuiszorg en lopen we tegen dichte deuren aan. Er is dan ook nog altijd geen thuiszorg. Met elkaar, mijn ouders, mijn zus, mijn broers en onze kinderen hebben een schema gemaakt. We wisselen elkaar af, zodat er 24 uur per dag iemand bij haar kan zijn. Zodat we haar in elk geval kunnen omringen met onze liefde.
Het zand onder mijn voeten stuift op en prikt in mijn gezicht. Ik mijmer mee met de wind. Wat maakt een leven eigenlijk een leven? Wie bepaalt wat genieten of de moeite waard is? Wie bepaalt hoe lang je dat mag doen? Stap voor stap loop ik langs de zee tegen de harde wind in. De wind voelt als de tegenwerking die ik ervaren heb in de afgelopen dagen door organisaties die zich bezighouden met zorg. Wat is zorg eigenlijk? Formuliertjes invullen? Protocollen volgen? Vinkjes zetten? Of is zorg kijken wat er écht nodig is om een leven menswaardig te maken?
Sinds ze thuis is, knapt ze elke dag meer op en geniet van gesprekken, van de kippen en van de lieve hond van mijn zus. Op onze beurt genieten wij van haar verhalen, de interesse die zij heeft in ons en onze kinderen. We zoeken met haar naar een regelmaat zodat ze meer kan aansterken en wij daardoor meer van elkaar kunnen genieten, in de wetenschap dat het leven eindig is en dat we ook dat zullen moeten accepteren. Het zijn de kleine dingen die het doen, die haar én ons leven verrijken.
Als een feniks is ze uit haar as herrezen na onze 'ontvoering'. Ze kan weer op haar benen staan, ze drinkt en eet weer, de insuline die ze bij haar gestart waren in het revalidatiecentrum hebben we inmiddels afgebouwd. Ze kijkt tv, volgt het nieuws, bespreekt het met ons en luistert naar Heer Bommel als luisterboek, want daar houdt ze van. Elke dag is gevuld met dankbaarheid dat ze thuis mag zijn.
Wie bepaalt nu eigenlijk wanneer het leven geen leven meer is en hoe kom je tot zo'n conclusie? Als je erg alleen bent of als je je niet (meer) gezien voelt, ga je dan niet vanzelf verlangen naar de dood? Zou het daardoor zijn dat het aantal euthanasie aanvragen in onze praktijk door het dak gaat? Mogen ouderen nog wel verlangen naar het leven, of hebben wij het recht om te bepalen dat de houdbaarheidsdatum verstreken is? Is het niet onze taak om elk mens, elk medemens een menswaardig einde te kunnen geven? Niet allemaal rücksichtslos een spuit, maar zorg op maat, samen eerlijk en oprecht bespreken wat iemand wil en niet meer wil. Onze medemens omringen met oprechte liefde, is dat niet onze taak in de zorg? Een spuit als verlossing uit pure eenzaamheid en hopeloosheid, dat is immers pas écht mensonwaardig.
Zullen we krachten bundelen, zorg bundelen, weer seniorenhuizen bouwen of misschien zelfs seniorendorpen? Wel een eigen huis, maar toch dicht bij elkaar. Zoals de hofjes vroeger. Meer tijd van de zorgverlener voor de patiënt zou al een stap in de goede richting kunnen zijn. Laten we vooral niet óver de senioren praten, maar mét de senioren.