Het is stil in huis. De storm raast om het huis heen en de slaapkamer wordt met een regelmatige cadans verlicht door de stralen van de vuurtoren. Als trouw baken dat over ons waakt.
Een uur geleden werd ik wakker door het roepen van tante Janneke. Ik lag al wat te hanenwaken en had gisteravond bedacht dat ik ergens in de nacht wakker zou moeten worden.
Ze gaf aan dat ze niet lekker was. Had zelf al een diagnose. Ze dacht aan een maagbloeding. Direct stap ik in mijn doktersrol. Ze ziet grauw, wat klammig, is wat misselijk, maar heeft niet gespuugd. Ik acht de kans dat ze nu een maagbloeding heeft niet groot, maar houd het in mijn achterhoofd. Oom Pieter, haar oudste broer overleed 7 jaar geleden, ook daar was ik betrokken bij de stervensbegeleiding. Een paar weken voor zijn overlijden wilde hij alleen mij nog aan zijn bed. Vlak voor zijn overlijden had hij een maagbloeding. Het schiet door mijn hoofd. Ze voelt zich niet goed en misschien is dit de associatie. Gisteravond was haar suiker redelijk maar wel wat krap om de nacht in te gaan. Ik deel mijn gedachten over de mogelijke diagnose met haar, namelijk een hypoglykemie.
'Ik ben een beetje misselijk', zegt ze.
'Dat komt denk ik door een hypo', antwoord ik.
'Oh ja, dat kan natuurlijk ook', zegt ze rustig.
Ik prik haar suiker en mijn diagnose wordt bevestigd. Ook ik weet dat dit haar diagnose niet uitsluit, maar first things first. Ik geef haar een groot glas bessensap en ze knapt zienderogen op. Ik zet haar rechtop in bed en samen nemen we mijn werkdag van gister door. De moeilijker diagnoses, de lieve mensen en de grappige verhalen. Telkens verbaast het mij weer wat een brede medische kennis zij heeft. We lachen samen hartelijk over een gekke diagnose, die absoluut door de specialist verzonnen moet zijn om ervan af te zijn.
Opnieuw prik ik haar suiker, wel iets gestegen maar naar mijn zin nog niet voldoende.
'Zal ik iets te eten maken voor u?'
'Heb je misschien een krentenbolletje? En anders een boterham. Cornelie had zalm, als dat er nog is vind ik dat wel lekker.'
Ik ga op zoek in de keuken.
'Ik moet u teleurstellen, tante Janneke, geen krentenbollen en ook geen zalm.'
'Nou, doe dan maar gewoon een boterham met pindakaas.'
Ik snijd de boterham in kleine stukjes en loop opnieuw de voorkamer in waar we haar bed naartoe hebben verplaatst.
Het ziekenhuisbed was in haar eigen slaapkamer gezet, aan de noordkant van het huis. Een prima plek voor een slaapkamer, maar nu wel erg donker en drukkend. Dus toen ik hier dinsdag was om Cornelie af te lossen hadden wij beiden het briljante idee haar bed in de voorkamer neer te zetten, dan kon ze over de velden kijken, kon ze haar kippen zien en kan ieder die dat wil rustig bij haar zitten.
Met z'n tweeën stonden we bij het bed.
'Durven we het aan?' vroeg Cornelie
'Als we het bed niet meer in elkaar krijgen, hebben we pas echt een probleem' zei ik wat lacherig.
'Kom laten we het gewoon doen' antwoordde Cornelie kordaat.
We besloten in elk geval de verschillende onderdelen te fotograferen zodat we wisten wat waar hoort. Het bed zit erg logisch in elkaar en omdat wij van de generatie 'een slimme meid is op haar toekomst voorbereid' zijn was het bed binnen mum van tijd uit elkaar, verplaatst en weer in elkaar gezet. Met een voldaan gevoel kwam de humor naar boven en stuurden we een foto in de familie-app met een uit elkaar liggend bed en een los dopje. Een onbelangrijk dopje maar dat wist de familie niet. Cornelie en ik hadden de grootste lol.
'Weet iemand misschien waar dit dopje hoort?'
Mams, reageerde geschrokken, precies wat wij hoopten voor het effect.
Binnen 10 minuten volgde er een appje van Annefloor met 2 foto's waar zij aangaf waar het dopje hoorde. Ze had gelijk en ook daar lachten wij als zussen weer om.
Tante Janneke ligt dus nu voor het raam met een weids zicht over de velden. Buiten staat de maan hoog aan het hemelgewelf en overal zie ik sterren. Ze wil graag even rechtop zitten, dus hijs ik haar omhoog. Met haar benen bungelend over het randje van het bed, dik kussen in haar rug ter ondersteuning, stop ik een stukje boterham met pindakaas in haar mond.
'Oh wat is dat lekker zeg'
'Fijn dat u het lekker vind, tante Janneke'
'Nou ik bezorg jullie wel veel werk zo alles bij elkaar zeg'
'We doen het met liefde voor u'
'Dat is lief van jullie, ik ben jullie er heel dankbaar voor. Ik ben toch zo blij dat jullie mij gekidnapt hebben uit dat gesticht.'
Ik lach voluit, ze lacht mee.
Zodra er twee hapjes gegeten zijn vindt ze het tijd dat ik weer ga slapen.
'Je hebt je nachtrust veel te hard nodig', zegt ze.
Ik draai haar weer in bed, schud haar kussen op en maak 'twee oortjes' zodat ze lekker ligt.
'Hè ja, dat is fijn', verzucht ze.
'Welterusten Emme, slaap maar lekker.'
'Welterusten tante Janneke, slaap lekker.'
Mijn tieners liggen boven te slapen in het vuurtorenwachtershuis. Ze zijn stand-by als er hulp nodig is. Ik probeer ze te leren dat het waardevol is om er voor een ander te kunnen zijn, ze weten het. Janneke was er ook toen wij het moeilijk hadden.
De storm raast om het huis, de vuurtoren verlicht mijn bed. Ik kruip er nog maar even in terug, maar neem mij stellig voor morgen in elk geval even naar het strand te lopen, een herfstwandeling zoals we dat vroeger ook deden.