Waar is ons respect voor ouderen gebleven?

emmeline.backhuys • 20 november 2023

Ziek van de zorg!

Ze is gynaecoloog in ruste en inmiddels 91 jaar oud. Voor het verhaal noem ik haar Janneke. Zij was een van de eerste vrouwelijke gynaecologen in Rotterdam en bijzonder geliefd in de Maasstad en ver daarbuiten. Vooral ook onder de vele vrouwen die naar ons land verhuisden vanuit Marokko en Turkije. Vaak was er een taalbarrière en dus zorgde Janneke dat er een tolkentelefoon kwam. Zij moest zichzelf staande houden in een medische wereld waar vooral mannen de specialistische scepter zwaaiden. Voordat Janneke gynaecoloog werd was zij huisarts en ontwikkelde hierdoor een zeer brede medische kennis. In haar vakanties reisde ze naar Ghana om daar te werken. Janneke was altijd aan het werk, dag en nacht. Niet parttime, niet 40 uur per week,  nee dag en nacht. In haar spaarzame vrije tijd was ze diaken bij de kerk en eind jaren negentig waren er veel medicijnen die zomaar weggegooid zouden worden. Via een project hielp ze om deze medicijnen die nog gewoon gebruikt konden worden naar Roemenië te brengen. Daarnaast was ze actief bij de stichting Alzheimer Nederland. Zij baande zonder dat ze het wist met haar onvermoeibare energie en passie voor de zorg de weg voor vrouwen die als arts wilden werken. Zo ook voor mij. Haar bevlogenheid werkte aanstekelijk voor de mensen om haar heen.


Negen weken geleden is ze thuis gevallen. Ze werd al wat kwetsbaarder, maar woonde nog zelfstandig, zorgde nog zelf voor haar kippen, las veel en schreef brieven aan haar nichten, neven, achternichten en achterneven of appte ze via de telefoon.


Ze werd gevonden door de thuiszorg die zondagmiddag. ‘Bel maar niemand, iedereen moet morgen werken, eerst maar zien wat er aan de hand is’, had ze gezegd. Ze had haar bovenarm rechts gebroken.  Maandag werd ik gebeld. Ze was in het ziekenhuis opgenomen en zou naar een revalidatiecentrum gaan. Zo gezegd zo gedaan.


En zo belandde ze in het revalidatiecentrum. Ze was erg kortademig en probeerde kostte wat het kostte te revalideren want haar doel was om naar huis te gaan. Braaf ging ze op de fiets bij de fysiotherapie en werkte zo hard ze kon om de functie van haar rechterarm terug te krijgen. Haar linkerarm deed driftig mee en maakte ook zienderogen vorderingen. Na 10 dagen werd ik uitgenodigd voor een multidisciplinair overleg samen met Janneke. Er zat een heel comité. Fysiotherapie, ergotherapie, verpleging en de arts ouderenzorg. De sfeer leek wat grimmig. Al snel werd duidelijk dat ‘men’ vond dat Janneke niet revalideerbaar was en dat zij maar naar een verpleeghuis zou moeten en dat we ons af moesten vragen welke medische handelingen wij nog wel of niet zouden willen. Janneke was heel duidelijk, reanimeren hoeft niet, maar ik zou wel heel graag naar huis willen. De arts vertelde haar in niet mis te verstane woorden dat die kans erg klein was. Ik vroeg, als simpele huisarts, of er gekeken was of ze misschien toch weer een bloedarmoede had, gezien haar verleden. Ze heeft namelijk al jaren een bloedarmoede waar we de oorzaak niet van weten, maar wat prima gaat met af en toe een ijzerinfuus. Nee daar was niet naar gekeken, ook niet in het ziekenhuis waar ze met haar gebroken arm belandde. Ze zouden het laten prikken. Ik besprak nogmaals  Janneke's diepe wens om het laatste stukje van haar leven thuis te kunnen zijn bij haar kippen en dat haar familie (zus, zwager, nichten, neven en hun kinderen) dat graag voor haar willen realiseren en zoveel mogelijk zullen ondersteunen. Er werd een beetje lacherig over gedaan.


Die week werd er bloed geprikt. Ze bleek een enorme bloedarmoede te hebben. Dus werd een infuus gepland in haar eigen ziekenhuis. Vrijdagochtend zou ze om 07:15 opgehaald worden. Een nichtje zou met haar mee. Donderdag 5 oktober ging het mis, toen ze van haar bed in een stoel werd gezet. Ze zakte in elkaar. De arts ouderenzorg belde, ze dachten aan een hartinfarct want het hartfilmpje was afwijkend. De vraag was wel of ze nog naar het ziekenhuis moest, hij vond van niet en stak dit ook niet onder stoelen of banken. Hij had wel contact gehad met de internist en die had gezegd dat een bloedtransfusie haar verlichting zou geven. Niet genezen natuurlijk maar wel verlichting! Ik sprak Janneke zelf en na alles goed afgewogen te hebben besloot ze toch wel naar het ziekenhuis te willen. Daar bleek zij een longembolie en een longontsteking te hebben. Na een week prima verzorgd te zijn in het ziekenhuis was ze goed genoeg opgeknapt om op 13 oktober terug te keren naar het revalidatiecentrum. Zelf pakte ze de draad goed op, was natuurlijk wel moe, maar ja dat mag denk ik ook als je 91 bent. Inmiddels was haar arm vrij goed geheeld. In haar rolstoel was de armleuning rechts verwijderd, zodat de gebroken arm kon helen, lege artis. Nu haar arm beter was zat de stoel erg ongemakkelijk. Dus vroeg de familie, die als een warme mantel om haar heen staan, of de armleuning weer in de stoel mocht. Het antwoord van de ergotherapeut was neen. Ze had immers haar arm gebroken, bovendien was de leuning kwijt. Ik bemoeide mij ermee en gaf aan dat medisch gezien de arm als geheeld beschouwd kon worden, de functie is bijna volledig terug. Dit mocht niet baten, de leuning bleef er af.


Na twee redelijk rustige weken terug in het revalidatie centrum ging het op zondag 29 oktober toch weer mis. Janneke had koorts. Maandagochtend belde ze mij zelf dat ze een longontsteking had. Die woensdag was er opnieuw multidisciplinair overleg, waar ik bij mocht zijn, om te zien of de nieuwe ontslagdatum haalbaar was. Inmiddels hadden al heel wat verschillende diagnoses de revue gepasseerd zonder zeer goede onderbouwing. Het gesprek was met een kleiner gezelschap en met name de vertegenwoordiging van de verpleging maakte duidelijk dat het niet een haalbare kaart was om Janneke naar huis te laten gaan, haar diepste wens. Ik sprak het team erop aan dat er met diagnoses werd geslingerd, waarop gereageerd werd dat dit in de terminale fase niet heel relevant is. Janneke zat erbij. Ik gaf aan dat de familie graag in alles wilde ondersteunen en dat ook ik mijn steentje zou bijdragen. Onder die voorwaarden ging de arts ouderenzorg akkoord en werd afgesproken dat zij het gingen overdragen aan de thuiszorg.


Nog geen 4 dagen later, op zondagochtend gaat het opnieuw niet goed. Ze is erg benauwd en ze wordt om die reden getest op COVID. Ze is positief. Janneke is er slecht aan toe. De verpleging vertelt mij dat ze verwachten dat ze bij hun zal komen te overlijden. De familie geeft aan zich grote zorgen te maken en zij willen het liefst haar diepe wens zo snel mogelijk inwilligen, namelijk naar huis gaan. Maandag wordt contact opgenomen met de thuiszorgorganisatie over de eventuele transfer naar huis maar die geven te kennen dat ze Janneke niet in zorg nemen zolang zij COVID positief is. Ik neem contact op met de arts ouderenzorg. Zouden jullie nogmaals willen testen na een paar dagen. Zijn antwoord was dat zij dat niet doen, het heeft geen meerwaarde. Ik antwoord dat de thuiszorg haar anders niet in zorg neemt en zij dan niet naar huis kan. Zij blijft kortademig (niet perse van de COVID) maar zolang er restverschijnselen zijn die kunnen passen bij COVID wil de thuiszorgorganisatie haar handen er niet aan branden. Ik praat als Brugman tegen de arts en krijg het uiteindelijk voor elkaar dat zij bij hoge uitzondering getest zal worden als zij naar huis gaat. Zij kan echter pas ontslagen worden naar huis als de thuiszorg haar in zorg neemt.


Catch-22: Als zij COVID positief is, neemt de thuiszorg haar niet in zorg. Als zij haar niet in zorg nemen kan er geen ontslag datum komen waarop zij naar huis kan en zal ze dus niet worden getest. Zij zal dus

te boek blijft staan als COVID positief, waardoor de thuiszorg haar niet in zorg neemt.


Inmiddels is een heel vriendelijke dame van het CIZ bij haar geweest om te zien of zij gebruik kan maken van de Wet Langdurige Zorg. De indicatie is gesteld en zij mag naar een verpleeghuis (wat zij dus liever niet wil) of ze mag naar huis met de zorg die daarvoor nodig is, in de wetenschap dat de familie volop inzetbaar is als ze naar huis gaat. Precies, áls ze naar huis gaat.


Na de COVID besmetting knapt ze zienderogen op. Vier dagen na de positieve test bezoek ik haar weer, gewapend met een eigen test. U raadt het al, deze test is negatief. Hoera denk ik, dan kan ze volgende week naar huis want nu kan thuiszorg haar in zorg nemen.


Thuiszorg weigert! Ja dat kan (blijkbaar): thuiszorg weigert.


En dus kan Janneke niet naar huis. Gevangen in een revalidatiecentrum waar ze duidelijk een abstinerend beleid voeren, waar ze klein gehouden wordt en moet zitten in een rolstoel die niet deugd. Inmiddels is al tweemaal gevraagd of ze al eens aan euthanasie heeft gedacht.


Janneke is niet tegen euthanasie, maar wil dat niet voor zichzelf. Deze keuze lijkt moeilijk te accepteren te zijn in de zorg van tegenwoordig.


Zo gaan wij dus om met onze ouderen. Hoe zou u het willen als u (later) zorg nodig hebt?


Dit weekend heeft haar familie haar naar huis gehaald, haar eigen plekje bij haar kippen. Neven en nichten hebben (zorg)verlof opgenomen om bij haar te kunnen zijn. De familie heeft een heel zorgschema gemaakt voor zus, nichtjes, neven om bij haar te zijn en te slapen. Zij vinden het een eer dit voor haar te mogen doen. Met man en macht proberen ze nog professionele hulp in te schakelen, maar dat is minder makkelijk dan het lijkt.


Hoe lang het gaat duren? Zelf zei ze: ‘ben ik tóch nog voor Kerst thuis, maken we het lekker gezellig met z’n allen’. En daar gaan ze voor!!


door emmeline.backhuys 11 november 2024
De kracht van de ZZP-huisarts alias de waarnemer
door emmeline.backhuys 29 november 2023
dagboek van een mantelzorger: Liefde is geduldig
door emmeline.backhuys 29 november 2023
dagboek van een mantelzorger:  zorg op maat als thuiszorg faalt
door Emmeline Backhuys 1 juni 2023
Huilend moederhart
door Emmeline Backhuys 26 mei 2023
Abdul van 17
door Emmeline Backhuys 19 mei 2023
Gesteund door haar rollator heeft ze de deur voor mij opengedaan, mevrouw Bergman. Samen lopen we de woonkamer in. Ze woont op 8 hoog en heeft mooie grote ramen en een prachtig uitzicht. Zodra ze in haar sta-op stoel is gaan zitten begint ze enthousiast. 'Dokter wat fijn dat u er bent. Ik had een ontsteking aan mij heup, dat weet u. Ik ben eerst opgenomen in het ziekenhuis en toen het wat beter ging ben ik gaan revalideren. Alles bij elkaar heeft het 2 maanden geduurd voordat ik weer naar huis kon. Ik ben begin deze week ontslagen. Het was een hele tijd dat ik van thuis weg was, maar soms ook best gezellig. Toch ben ik blij weer hier te zijn, hoor dokter, alleen al om het uitzicht.' Ze glundert helemaal. 'Ik heb vandaag een spijkerbroek aangedaan, dat vindt u toch niet gek hè?' 'Nee hoor dat vind ik wel hip', antwoord ik. 'Ja, u weet natuurlijk dat ik 95 ben. Gelukkig heb ik ze allemaal nog goed op een rijtje en red ik me weer prima thuis.' Ik luister aandachtig. Ze is enthousiast weer zelfstandig te kunnen zijn. Plotseling verschijnt er een nog bredere glimlach op haar gezicht. 'Ik mag ook weer autorijden, dokter!' Ik hoor mijzelf denken 'is dat nu wel zo'n goed idee?', maar ze vertelt verder. 'Nu ik weer kan rijden kan ik zondag naar mijn zus in Zeeland en ik kan ook weer mijn eigen boodschappen doen. U zal wel denken, dokter, is dat wel verstandig? Maakt u zich maar geen zorgen, ik neem elk jaar een rijles. Dat kost mij wel wat geld, maar dan weet ik of ik nog kan rijden. Als de instructeur zou zeggen dat het niet meer verantwoord is, dan houd ik er meteen mee op. Gister heb ik met Bas, mijn rij instructeur gereden en hij vindt dat het nog prima gaat.' Vóór mij zit een gelukkig mens. Bij mij dringt zich de vraag op, hoe eerlijk ben ík eigenlijk naar mijzelf? Ik heb al langer mijn rijbewijs wél dan niet, maar het zou niet in mij opkomen om een rijles in te plannen. Nu mijn 18 jarige zoon zijn rijbewijs heeft en mij af en toe voorzichtig corrigeert ben ik mij er al meer bewust van dat mijn rijstijl hier en daar na zoveel jaar wel iets te wensen overlaat. Maar hoe eerlijk ben ik écht? Hoe eerlijk bent u? We genieten van een programma als 'de slechtste chauffeur van Nederland', maar nemen wij zelf ook verantwoordelijkheid voor ons eigen gedrag op de weg? Het idee van een jaarlijkse rijles blijft de hele middag bij mij hangen. Eigenlijk zo'n gek idee nog niet, zo'n jaarlijkse 'opfris-rijles'. Ik heb mijn les ingepland voor volgende week!
door Emmeline Backhuys 2 mei 2020
Stervensbegeleiding in Corona Lockdown Ergens in de verte hoor in de telefoon gaan, mijn werktelefoon. Het enige licht in mijn slaapkamer komt van mijn wekker 23:12 Ik neem op. ‘Dokter, met Irene. Yves is zojuist overleden.’ Het is even stil. We praten samen wat, ik condoleer Irene en beloof in de loop van de volgende dag te bellen. Klaarwakker lig ik in bed en laat mijn gedachten de vrije loop. Wat is het snel gegaan. Yves sprak ik voor het eerst op vrijdag 20 maart. Vier dagen daarvoor was Nederland in intelligente lockdown gegaan. De praktijk is alleen nog open voor spoedgevallen en de rest moet wachten. Maar wat zijn échte spoedgevallen en is dat wachten voor andere kwalen wel verantwoord? Omdat ik in de categorie ‘hoog risico’ val werk ik zoveel mogelijk vanuit thuis. Ik bel mensen op of doe beeldbellen. Zo schat ik in of hun kwaal kan wachten en zo ja of we dan in die tussentijd al iets kunnen doen aan bijvoorbeeld onderzoek. En zo belde ik die vrijdag 20 maart met Yves, een 62 jarige man van Franse komaf. Ik heb hem en zijn partner nog nooit ontmoet. Zij zijn patiënt bij een van mijn collega’s. Yves werkt zelf in de zorg. ‘Dokter ik heb een knobbel onder mijn ribben rechts en ik denk zelf dat het niet goed is.’ Als ik wat doorvraag gaan er alarmbellen rinkelen, maar Yves valt niet in de categorie spoedgevallen zoals die op de praktijk is afgesproken. Ter overbrugging voor het weekend geef ik mijn nummer mocht er iets zijn. Ik laat bloed prikken en in samenspraak met de internist een echo. Het is dinsdag, vier dagen na ons eerste contact, met klamme handen toets ik het nummer van Yves in. ‘Hi dokter, zeg het maar het is foute boel hè?’ ‘Ja Yves, ik kan het niet mooier maken. Het zit overal en we denken dat je nog ongeveer 2 weken hebt.’ ‘Ja dokter, het is zoals het is. Eigenlijk wist ik het al. Ik wil niet naar het ziekenhuis, laat ik dat heel duidelijk zeggen. Ze kunnen toch niets doen en met deze COVID ellende kan Irene niet meer bij mij zijn. Nee laat mij maar gewoon thuis. Ik weet dat ik doodga en de tijd die ik nog heb ben ik het liefste thuis. Ik zou nog wel heel graag met Irene trouwen dokter, het is er nooit van gekomen ziet u. Het stadhuis in Rotterdam heeft daarvoor een brief van u nodig.’ ‘Dat regel ik Yves’, zeg ik. ‘Ik zal ook elke dag bellen. Als jullie mij tussendoor nodig hebben dan weten jullie mij te vinden.’ ‘Merci.’ Donderdagmiddag 26 maart, de telefoon gaat, het is Yves. ‘Dok, we zijn getrouwd, het is gelukt, de zon schijnt, God kijkt mee.’ Mijn ogen schieten vol als ik hem feliciteer. De twee weken die volgen worden voor Yves en Irene steeds zwaarder. Voor hen is COVID-19 bijzaak. Yves is een gelovig man. In vol vertrouwen heeft hij 2 weken geleden zijn lot aanvaard. ‘Pasen moet ik echt nog wel kunnen halen, dokter’ zei hij. Het is Stille Zaterdag, Yves kan niet meer, hij heeft zoveel pijn. We bellen 2-3 keer per dag. De pijn is bijna ondraaglijk. Steeds schroeven we de pijnstilling een beetje verder op. Er is in al die tijd geen klacht over de lippen van Yves gekomen. En nu is het dan tweede Paasdag en lig ik hier in bed. Wat is het snel gegaan en wat troost het om te weten dat Yves vol vertrouwen naar zijn Schepper is gegaan. De wereld om ons heen is vol COVID-19 en ondanks dat COVID-19 ook ons als gezin heeft geraakt realiseer ik mij dat er meer is dan alleen COVID-19. Een gevoel van dankbaarheid komt over mij. Dankbaar dat ik er voor mijn patiënten mag zijn, dat ik al die jaren ervaring mocht opdoen waar ik nu op kan varen, dat deze telefonische stervensbegeleiding op mijn pad gebracht werd, dankbaar voor mijn vertrouwen in Goddelijke leiding, voor de kracht die ik telkens krijg om dit vol te houden. Dankbaar voor alle zegeningen, ik tel ze elke dag en zo voel ik mij ondanks alle strijd in de wereld gelukkig. Immers geluk maakt niet dankbaar, maar dankbaarheid maakt gelukkig. (De namen en specifieke data in deze blog zijn om privacy redenen gefingeerd)
door Emmeline Backhuys 12 februari 2019
Hoe medische terminologie verbasterd
door Emmeline Backhuys 31 oktober 2018
Tijdens een dienst op de huisartsenpost wordt er gebeld door het locale verzorgingshuis. Mevrouw Janse is benauwd en heeft ineens een hele blauwe voet en een paar vingertoppen zijn ook blauw. Het is een patiënte uit onze praktijk dus ik stel voor dat ik de visite maak. Ik ken mevrouw Janse, een vriendelijke 88 jarige dame die chronisch wat benauwd is en helder van geest. Aangekomen is de verzorging erg bezorgd. De familie is al ingelicht en is (ook) op weg naar het verzorgingshuis. Samen met de chauffeur ga ik naar de kamer van mevrouw Janse en neem in mijn hoofd de mogelijkheden door wat de reden is dat mevrouw ineens een blauwe voet heeft en blauwe vingertoppen. Mevrouw ligt in bed en hoest wat, zo ken ik haar. De bloeddruk was al gemeten en deze was goed. Koorts heeft zij ook niet, zo vertelt de verzorging. Ik loop naar haar toe en zie in het schemerdonker blauw-zwarte vingertoppen. Ik doe het licht op het nachtkastje aan. Het zuurstofgehalte in haar bloed meet ik en dat is goed. Ik kijk nog eens goed en vraag 'heeft u geschilderd vandaag?'. 'Oh ja, dokter', zegt ze 'het was zo gezellig!' Goed dat verklaart de vingers. De verpleging benadrukt dat het vooral haar voet is waar ze bezorgd over zijn. Ik kijk goed, voel naar pulsaties (kloppen van het hart in de voet). De vaten doorstromen goed door de beide voeten. Ik vraag de verpleging: 'hebben jullie een washandje?' Met een beetje zeep en water maak ik de voet van mevrouw schoon. De verf gaat er redelijk makkelijk af. Dat was een dure wasbeurt!
door Emmeline Backhuys 24 september 2018
Een dame van halverwege de 40 komt op het spreekuur na een stressvolle periode waarbij haar moeder gedwongen opgenomen moest worden in verband met dementie. We praten, ik schrijf haar iets rustgevends voor en adviseer haar rust en ontspanning te zoeken. Ik spreek met haar af om haar 3 dagen later opnieuw op het spreekuur te zien. Ze komt binnen: 'Nou dokter bedankt voor het advies om te ontspannen! Ik dacht ik koop een fiets bij Blokker dan kan ik fietsen en ontspannen. Nou bleek dat ik dat pokkeding zelf in elkaar moest zetten. Ik heb er verdorie een hele dag over gedaan en nu zegt mijn papegaai de hele dag KUT dus dan snapt u wel hoe vlot dat in elkaar zetten ging'.
Show More
Share by: