Tijdens een dienst op de huisartsenpost wordt er gebeld door het locale verzorgingshuis. Mevrouw Janse is benauwd en heeft ineens een hele blauwe voet en een paar vingertoppen zijn ook blauw. Het is een patiënte uit onze praktijk dus ik stel voor dat ik de visite maak. Ik ken mevrouw Janse, een vriendelijke 88 jarige dame die chronisch wat benauwd is en helder van geest. Aangekomen is de verzorging erg bezorgd. De familie is al ingelicht en is (ook) op weg naar het verzorgingshuis. Samen met de chauffeur ga ik naar de kamer van mevrouw Janse en neem in mijn hoofd de mogelijkheden door wat de reden is dat mevrouw ineens een blauwe voet heeft en blauwe vingertoppen. Mevrouw ligt in bed en hoest wat, zo ken ik haar. De bloeddruk was al gemeten en deze was goed. Koorts heeft zij ook niet, zo vertelt de verzorging. Ik loop naar haar toe en zie in het schemerdonker blauw-zwarte vingertoppen. Ik doe het licht op het nachtkastje aan. Het zuurstofgehalte in haar bloed meet ik en dat is goed. Ik kijk nog eens goed en vraag 'heeft u geschilderd vandaag?'. 'Oh ja, dokter', zegt ze 'het was zo gezellig!' Goed dat verklaart de vingers. De verpleging benadrukt dat het vooral haar voet is waar ze bezorgd over zijn. Ik kijk goed, voel naar pulsaties (kloppen van het hart in de voet). De vaten doorstromen goed door de beide voeten. Ik vraag de verpleging: 'hebben jullie een washandje?' Met een beetje zeep en water maak ik de voet van mevrouw schoon. De verf gaat er redelijk makkelijk af. Dat was een dure wasbeurt!